NEDERLAND TIJDENS DE TWEEDE WERELDOORLOG

Persoonsbewijzen

INVOERING PERSOONSBEWIJS

In de loop van 1941 wordt het persoonsbewijs ingevoerd. Het persoonsbewijs wordt ontwikkeld door de Nederlandse ambtenaar Jacobus Lambertus Lentz in samenwerking met de Duitse bezetter. Geen land in Europa heeft een identiteitsbewijs dat technisch en administratief zo volmaakt is.

Iedere Nederlander vanaf 15 jaar moet dit identiteitsbewijs, voorzien van pasfoto en vingerafdruk, altijd bij zich dragen. De gegevens staan genoteerd in een centraal register. De invoering stuit op weinig verzet.

Controle
Door het persoonsbewijs krijgen de Duitsers meer mogelijkheden om de Nederlanders te controleren, bijvoorbeeld in verband met de tewerkstelling in Duitsland en bij de jodenvervolging is het van grote betekenis. Ook de opsporing en arrestatie van verzetsmensen worden er een stuk makkelijker door.

Mede omdat de hiervoor genoemde gevolgen er nog niet waren stuit de invoering van het ‘pb’ op weinig verzet.

J
Vanaf medio 1941 wordt bij joden een dikke hoofdletter ‘J’ in hun PB gestempeld.

Ausweis
Het Persoonsbewijs wordt vaak verward met een Ausweis. Een Ausweis is echter niet hetzelfde als een persoonsbewijs, hoewel beide documenten vaak met hetzelfde woord worden aangeduid. Een Ausweis is een papier waarop staat dat men vergunning heeft om op een bepaalde plaats of gedurende een bepaalde tijd ergens aanwezig te zijn.

Ook kan een Ausweis een vrijstelling geven, zoals een vrijstelling voor de Arbeitseinsatz. Wie over straat moet gedurende de spertijd, heeft een Ausweis nodig. Ook voor het bezit van een fiets kon men onder bepaalde omstandigheden een Ausweis krijgen.

(Bron tekst: verzetsmuseum)
Persoonsbewijzen ww2online collectie

Persoonsbewijzen
Scroll to top